ECLI:NL:RBDHA:2020:4250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
Eiser, van Ugandese nationaliteit, stelde op 19 maart 2020 beroep in tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank oordeelde op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting.
Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht om ontvankelijk te zijn in het beroep. Het griffierecht bedroeg €178,-. De griffier stuurde op 26 maart 2020 een aangetekende brief aan de gemachtigde van eiser met het verzoek het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Deze brief is volgens het Track & Trace-systeem op 26 maart 2020 bezorgd en ondertekend ontvangen. Eiser heeft niet gereageerd en het griffierecht niet betaald.
Omdat eiser geen verontschuldiging voor het niet tijdig betalen heeft gegeven, verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Janse van Mantgem op 8 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.