ECLI:NL:RBDHA:2020:4212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens tijdelijke belemmering door coronavirus
Eiser, van Egyptische nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 21 februari 2020 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en verklaard rechtmatig tot het sluiten van het onderzoek.
Eiser voerde aan dat vanwege het coronavirus geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestond, omdat de Egyptische autoriteiten geen presentaties voor laissez-passer aanvragen plannen en het luchtruim van Egypte gesloten is. De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat de coronamaatregelen als een tijdelijke belemmering gelden.
De rechtbank oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de situatie zo lang zal voortduren dat uitzetting niet binnen een redelijke termijn kan plaatsvinden. Daarom slaagt het beroep niet en wordt het verzoek om schadevergoeding eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.