ECLI:NL:RBDHA:2020:4192
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet voldoen paspoortvereiste ondanks staatloosheid
Eiser, een staatloze persoon afkomstig uit Georgië, verzocht om een verblijfsvergunning voor het uitoefenen van zijn privéleven in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan het paspoortvereiste en het mvv-vereiste. Eiser had geen geldige verblijfsvergunning en had sinds zijn komst meerdere asielaanvragen gedaan die waren afgewezen.
De rechtbank overwoog dat eiser geen pogingen had ondernomen om een paspoort van Georgië of Rusland te verkrijgen, waardoor verweerder het paspoortvereiste terecht kon toepassen. Hoewel eiser stelde dat zijn staatloosheid een schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde, oordeelde de rechtbank dat geen bijzondere omstandigheden waren die dat rechtvaardigden, mede omdat niet vaststond dat hij door een andere staat niet werd geaccepteerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter op 3 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.