ECLI:NL:RBDHA:2020:4120
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na beslissing op beroep
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 februari 2020 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten omdat partijen geen gebruik wilden maken van hun recht om gehoord te worden. Op 6 mei 2020 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in zaaknummer NL20.5225, waardoor een voorlopige voorziening niet langer mogelijk is.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.C. Michon en griffier K.S. Smits, en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.