ECLI:NL:RBDHA:2020:4106
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening wegens nieuw voorschot
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om zijn bijstandsuitkering in te trekken en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de procedure verleende verweerder een voorschot op basis van een nieuwe aanvraag, waarna verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De voorzieningenrechter overwoog dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend indien het bestuursorgaan aan het verzoek is tegemoetgekomen in de zin van het treffen van de gevraagde voorlopige maatregel. Omdat het voorschot was toegekend vanwege een nieuwe aanvraag en niet als tegemoetkoming op het primaire besluit, was er geen sprake van tegemoetkomen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman op 4 mei 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het voorschot is verleend op basis van een nieuwe aanvraag en niet als tegemoetkoming op het primaire besluit.