ECLI:NL:RBDHA:2020:4091
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitzetting tot beslissing op bezwaar vanwege gezondheidssituatie verzoeker
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om zijn uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn gezondheidssituatie. Het primaire besluit van 22 maart 2018 wees dit verzoek af, waarna bezwaar werd gemaakt en ongegrond verklaard. De rechtbank Den Haag heeft het beroep van verzoeker gegrond verklaard, waardoor verweerder opnieuw moet beslissen op het bezwaar.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder verzette zich niet tegen dit verzoek en stemde in met een afdoening zonder zitting. De voorzieningenrechter wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en overwoog dat de werking van het primaire besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar, noch dat verweerder bevoegd is de rechtsgevolgen daarvan op te schorten.
Omdat partijen het erover eens zijn dat uitzetting moet worden voorkomen tot de bezwaarprocedure is afgerond, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.