ECLI:NL:RBDHA:2020:4068
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Libische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat Duitsland niet adequaat zou zorgen voor opvang en medische zorg en dat er geen effectief rechtsmiddel zou zijn, waardoor Nederland de aanvraag zelf zou moeten behandelen.
De rechtbank overwoog dat verweerder uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet. Eiser heeft geen bewijs geleverd van structurele tekortkomingen in de Duitse opvang of procedure, en zijn persoonlijke ervaringen waren positief. Ook de verwijzing naar het arrest Cimade was niet relevant voor de situatie van de overdracht naar Duitsland.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en dat het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen geen belang meer heeft. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.