ECLI:NL:RBDHA:2020:4066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverordening
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris had een verzoek tot overname aan Spanje gedaan, dat door Spanje was aanvaard.
Eiser betoogde dat hij in Spanje onmenselijk en vernederend zou worden behandeld en dat hij daar geen opvang of mogelijkheid tot aanvraag heeft gekregen. Hij wilde dit nader onderbouwen met documenten, maar slaagde daar niet in. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook was eiser voldoende in de gelegenheid gesteld zijn situatie toe te lichten.
Daarnaast stelde eiser dat vanwege de coronamaatregelen overdracht momenteel niet mogelijk is, maar de rechtbank oordeelde dat dit een tijdelijke belemmering is die de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.