ECLI:NL:RBDHA:2020:4018
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verwijzing bestuursrechtelijke procedure tegen eigen personeel naar andere rechtbank
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiseres, werkzaam bij het bestuur van de rechtbank Den Haag, een beroepschrift ingediend tegen haar werkgever. De rechtbank heeft het beroepschrift op 28 april 2020 ontvangen en beoordeeld.
Gezien het feit dat het een procedure betreft tegen eigen personeel, heeft de rechtbank op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie besloten de zaak door te verwijzen naar een andere rechtbank. Dit is gedaan om belangenverstrengeling te voorkomen en een onafhankelijke behandeling van de zaak te waarborgen.
De zaak is derhalve in de huidige stand doorverwezen naar de rechtbank Rotterdam. De beslissing is genomen door rechter G.P. Kleijn, in aanwezigheid van griffier M. Tijsma. Vanwege de coronamaatregelen is de beslissing niet in een openbare zitting uitgesproken, maar zal dit op een later moment alsnog gebeuren. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Den Haag verwijst de bestuursrechtelijke procedure tegen eigen personeel door naar de rechtbank Rotterdam.