ECLI:NL:RBDHA:2020:3922
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning familieleven
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven (artikel 8 EVRM Pro), welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Verzoeker is vanwege medische redenen teruggekeerd naar Marokko en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening toe te kennen zodat hij in Nederland mocht verblijven in afwachting van de behandeling van zijn bezwaar tegen het primaire besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegekend, namelijk wanneer er een zwaarwegend spoedeisend belang is en twijfel bestaat over de rechtmatigheid van het primaire besluit. In deze zaak is geen zwaarwegend spoedeisend belang vastgesteld en is het primaire besluit niet evident onrechtmatig.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor verblijf in Nederland wordt afgewezen.