ECLI:NL:RBDHA:2020:3922

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2020
Publicatiedatum
29 april 2020
Zaaknummer
AWB 19/7042
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning familieleven

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven (artikel 8 EVRM Pro), welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).

Verzoeker is vanwege medische redenen teruggekeerd naar Marokko en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening toe te kennen zodat hij in Nederland mocht verblijven in afwachting van de behandeling van zijn bezwaar tegen het primaire besluit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegekend, namelijk wanneer er een zwaarwegend spoedeisend belang is en twijfel bestaat over de rechtmatigheid van het primaire besluit. In deze zaak is geen zwaarwegend spoedeisend belang vastgesteld en is het primaire besluit niet evident onrechtmatig.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor verblijf in Nederland wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 19/7042
V-nummer: [nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 maart 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam 3] , verzoeker,
gemachtigde: ,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel ‘familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro’ afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.
2. Namens verzoeker is een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn minderjarige halfzus [naam 2] op grond van artikel 8 van Pro het EVRM [2] . Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat verzoeker niet in het bezit is van een geldige mvv [3] . Ook merkt verweerder in het primaire besluit op dat verzoeker inmiddels is teruggekeerd naar Marokko en dat hij in Marokko een aanvraag om verlening van een mvv kan indienen en de beslissing hierop kan afwachten.
3. In het verzoekschrift stelt verzoeker zich op het standpunt dat hij afhankelijk is van de zorg van zijn moeder. Verzoeker is tijdelijk ondergebracht bij een oppas. Verzoeker moest vanwege zijn medische situatie terugkeren naar Marokko, zodat hij de voor hem noodzakelijke medische zorg kon ontvangen. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter te bepalen dat aan hem toegang en verblijf wordt verleend in afwachting van de behandeling van zijn bezwaarschrift.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de verzochte voorziening een voorlopig karakter mis, omdat toewijzing ervan ertoe zal leiden dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland en Nederland kan inreizen, terwijl het primaire besluit als rechtsgevolg heeft dat hij Nederland dient te verlaten. Door terug te keren naar Marokko heeft verzoeker aan deze terugkeerverplichting voldaan. Een dergelijk verzoek zal daarom alleen in uitzonderlijke gevallen voor toewijzing in aanmerking komen, namelijk in die gevallen waarin de nadelige gevolgen van de afwijzing van het verzoek in verhouding tot het belang van verweerder bij de handhaving van die afwijzing zó onevenredig zijn, dat het besluit op bezwaar niet kan worden afgewacht. Voor een dergelijke vergaande beslissing is in principe alleen plaats wanneer een zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noodzaakt en sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het primaire besluit.
5. Van een zwaarwegend spoedeisend belang als hiervoor bedoeld is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval geen sprake. Uit de overgelegde stukken is niet gebleken dat verzoeker zich niet kan handhaven in Marokko zonder zijn moeder, of dat zijn moeder niet terug kan keren naar Marokko om voor verzoeker te zorgen. Ook is het de voorzieningenrechter niet gebleken dat het primaire besluit evident onrechtmatig is. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2020.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
3.Machtiging tot voorlopig verblijf.