ECLI:NL:RBDHA:2020:3908

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2020
Publicatiedatum
29 april 2020
Zaaknummer
C/09/591484 / FA RK 20-2345
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ernstig psychisch nadeel

De officier van justitie verzocht op 15 april 2020 om verlenging van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, geboren in 1993, die verblijft in een zorgaccommodatie. De crisismaatregel is opgelegd vanwege een acute crisissituatie veroorzaakt door een psychische stoornis, waaronder PTSS met herbelevingen en psychotische overschrijdingen.

Tijdens de zitting op 20 april 2020, die telefonisch plaatsvond vanwege coronamaatregelen, werd vastgesteld dat betrokkene stemmen hoort, angstig en psychotisch is, en weigert medicatie en voedsel. De medische verklaring en verklaringen van zorgverleners bevestigen de ernst van de situatie en het levensgevaar.

De rechtbank oordeelt dat het dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en psychische schade, niet kan worden afgewacht via reguliere zorgmachtigingsprocedures. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en betrokkene werkt niet vrijwillig mee aan behandeling.

Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor een periode van drie weken, tot en met 11 mei 2020, met het oog op noodzakelijke zorg en veiligheid van betrokkene. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken vanwege ernstig psychisch nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/591484 / FA RK 20-2345
Datum beschikking: 20 april 2020

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 15 april 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats]
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. M.J.A. Grimmelikhuijsen te 's-Gravenhage.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 april 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 15 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Gouda tot het nemen van de crisismaatregel van 15 april 2020;
  • een op 15 april 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2020.
Vanwege de sluiting van de rechtbank in verband met de maatregelen rond het coronavirus zijn de volgende personen (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) gelijktijdig telefonisch door de rechtbank gehoord:
- de [arts-assistent] , in aanwezigheid van betrokkene;
- de [verpleegkundige] ;
- de advocaat.
De officier van justitie heeft in het verzoekschrift aangekondigd niet ter zitting te zullen verschijnen. Van oordeel zijnde dat het verzoek geen nadere motivering of toelichting behoeft, heeft de rechtbank de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangevoerd dat het niet zo goed gaat met haar en dat zij in de accommodatie wil blijven. De advocaat van betrokkene refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De arts-assistent heeft hetgeen in de medische verklaring staat vermeld, bevestigd. Betrokkene hoort stemmen, is angstig en psychotisch. Hij heeft daarnaast naar voren gebracht dat betrokkene volgens haar wordt bestuurd door de Djinn in haar lichaam. Zij mag geen medicatie innemen van de Djinn. Betrokkene heeft al twee weken niet gegeten. Zij drinkt wel, maar niet van het water dat haar door de zorgverleners aangeboden wordt. De verwachting is dat betrokkene voor een langere periode behandeling behoeft, met de verzochte vormen van verplichte zorg, maar daar wil zij niet vrijwillig aan meewerken.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige psychische schade;
-ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang;
-bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten PTSS met herbelevingen en psychotische overschrijdingen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Zij wil niet meewerken aan de behandeling, wat tevens maakt dat er onvoldoende reden is om aan te nemen dat betrokkene voldoende consistent bereid is om de komende periode op vrijwillige basis in de accommodatie te verblijven. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[de vrouw] ,

geboren op geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats]
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 mei 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door mr. R. Westerhof als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 april 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 april 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.