ECLI:NL:RBDHA:2020:3902
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofreniespectrumstoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 16 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2002 en woonachtig in Nederland.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals agressie en gevaar voor de veiligheid. Ondanks recente bereidheid tot vrijwillige zorg, is de medewerking in het verleden wisselend geweest, waardoor verplichte zorg noodzakelijk wordt geacht.
De rechtbank weegt de belangen en stelt vast dat verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, opname in een accommodatie bij decompensatie en andere zorgmaatregelen, waarbij opname en bewegingsbeperkingen alleen bij opname gelden. De machtiging wordt verleend voor zes maanden en is gericht op stabilisatie en herstel van de geestelijke gezondheid.
De advocaat van betrokkene betoogde dat vrijwillige zorg mogelijk is en dat opname niet het doel is, maar de rechtbank acht verplichte zorg passend gezien de fragiele situatie en het risico op terugval bij uitsluitend vrijwillige zorg. De beschikking is uitgesproken door rechter J.E.M.G. van Wezel en is vatbaar voor cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie en opname onder voorwaarden.