ECLI:NL:RBDHA:2020:3885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Nederland een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan, dat door Frankrijk is aanvaard. Eiser stelt dat hij niet kan bewijzen dat de opvangomstandigheden in Frankrijk slecht zijn, maar de rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de opvang in Frankrijk tekortschiet.
Daarnaast voert eiser aan dat sprake is van verboden refoulement vanwege een onzorgvuldige asielprocedure in Frankrijk en risico op schending van mensenrechten bij terugkeer naar Nigeria. De rechtbank stelt dat verweerder mag vertrouwen op de zorgvuldigheid van de Franse procedure en dat eiser zijn klachten bij Franse autoriteiten kan indienen.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.