ECLI:NL:RBDHA:2020:3868
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor strijdig gebruik woning
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van Burgemeester en wethouders van Delft, waarin hij op straffe van een dwangsom is gelast het gebruik van zijn woning in strijd met het bestemmingsplan te beëindigen. Het college had de begunstigingstermijn aanvankelijk gesteld tot 1 juni 2020 en deze verlengd tot 1 september 2020.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en dat onverwijlde spoed vereist moet zijn om een voorziening te treffen. Verzoeker stelt een spoedeisend belang te hebben vanwege onomkeerbare financiële gevolgen, zoals het annuleren van boekingen en daling van de vindbaarheid op boekingswebsites.
De rechter oordeelt echter dat deze financiële belangen niet voldoende zijn om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen, mede omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de gevolgen onomkeerbaar zijn en er geen acute financiële noodsituatie is gesteld of gebleken. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.