Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
7 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:991, in het bijzonder rechtsoverweging 7 tot en met 9).
Besluitvorming
Eiser stelt verder dat niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en wijst daarbij op het rapport van SFH/OSAR. Eiser stelt dat niet kan worden gevolgd wat verweerder over dit rapport heeft overwogen in het bestreden besluit. De tekortkomingen zijn volgens eiser wel degelijk voldoende om te concluderen dat hij bij een overdracht geen opvang zal krijgen. Eiser merkt vervolgens op dat in het bestreden besluit niet concreet is ingegaan op het feit dat eiser in Italië niet is gehoord in de asielprocedure. Daarnaast stelt eiser dat hij zelf in Italië langdurig geen opvang heeft genoten. Eiser is van mening dat het vanwege deze algemene informatie en zijn eigen ervaringen aannemelijk is dat hij in een situatie terecht zal komen van vergaande materiële deprivatie en dat in ieder geval artikel 17 van Pro de Dublinverordening tot het oordeel moet leiden dat de aanvraag van eiser in Nederland inhoudelijk behandeld moet worden. Eiser stelt dat hem niet kwalijk kan worden genomen dat hij niet met documenten kan onderbouwen dat hij zich heeft beklaagd. Eiser stelt dat hij diverse malen heeft geklaagd, maar dat hij niet werd gehoord. Eiser betoogt dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in aanmerking zou komen voor opvang. Eiser stelt dat hij dit zelf al heeft ondervonden toen hij in Italië was, nadat hij was teruggestuurd door Duitsland. Daarnaast blijkt volgens eiser uit de overgelegde stukken dat het juist voor Dublinterugkeerders is dat opvang ontbreekt. Eiser stelt dat, voor zover sprake kan zijn van een overdracht, er concrete aanvullende garanties nodig zijn en dat het arrest Tarakhel op hem van toepassing is. Eiser betoogt dat van hem niet verwacht kan worden dat hij zich gaat beklagen bij hogere autoriteiten. Eiser stelt dat hij geen concrete mogelijkheid heeft om te klagen en dat klagen bovendien niet betekent dat opvang dan is gegarandeerd. Eiser stelt tot slot dat ook gelet op het coronavirus op dit moment een overdracht niet aan de orde kan zijn.
Beslissing
mr. M.W.M. Bankers, griffier.