ECLI:NL:RBDHA:2020:3828
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag asiel niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank in de bodemzaak het beroep van verzoeker ongegrond heeft verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en zal zodra mogelijk openbaar worden uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemprocedure ongegrond is verklaard.