AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beslissing op hoger beroep tegen toekenning bedreigde getuigenstatus in MH17-onderzoek
In de strafzaak rond het neerhalen van vlucht MH17 heeft de rechtbank Den Haag op 23 april 2020 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen beslissingen van de raadkamer-examinerende rechter. Deze beslissingen betroffen het toekennen van bedreigde getuigenstatus aan dertien getuigen, waardoor hun identiteit tijdens verhoren werd afgeschermd.
De verdachte stelde dat hij ten onrechte niet vooraf is gehoord over de aanvragen van de officier van justitie om getuigen als bedreigde getuigen te laten horen, wat een schending van zijn procesrecht zou zijn. De rechtbank oordeelde dat dit voor twaalf getuigen niet tot vernietiging leidt, omdat de verdachte later alsnog gelegenheid kreeg om te worden gehoord, wat voldoende is om het hoorrecht te waarborgen.
Voor één getuige (V11), die in een fase werd aangewezen waarin de verdachte al bekend was, was dit echter niet het geval. De rechtbank vernietigde daarom de beslissing voor deze getuige en wees de aanvraag van de officier van justitie af. De overige bezwaren van de verdachte werden afgewezen, en de rechtbank bevestigde dat de raadkamer terecht de bedreigde getuigenstatus had toegekend op basis van de ernst van de zaak, de context van het conflict in Oost-Oekraïne en de persoonlijke omstandigheden van de getuigen.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van bedreigde getuigenstatus primair aan de raadkamer toekomt, vanwege diens overzicht over het onderzoek en de aard van de bedreigingen. De procedurele waarborgen zijn nageleefd, behoudens de uitzondering bij getuige V11, en de belangen van de verdachte zijn voldoende gecompenseerd.
Uitkomst: Beslissing tot bedreigde getuigenstatus voor één getuige vernietigd wegens schending hoorrecht, overige beslissingen bevestigd.
Voetnoten
1.Bulletin of Acts and Decrees 1993, 603.
2.Parliamentary Papers II 1991-92, 22 483, no.3, p. 7-13.
3.Parliamentary Papers II 1991-92, 22 483, no.3, p. 20.
4.Parliamentary Papers II 1991-92, 22 483, no.3, p. 18. See also Supreme Court 30 June 1998, NJ 1999, 88, paragraph 6.3.5.
5.See, for example, Supreme Court June 30, 1998, NJ 1999, 88, paragraph 6.4.3, and Supreme Court June 10, 1997, NJ 1997, 585 paragraph 6.4.
6.Parliamentary Papers II 1991-92, 22 483, no.3, p. 13-17.
7.Idem, p. 16.
8.Parliamentary Papers II 1992-93, 22 483, no. 8, p. 4.
9.Examining Judges (Extended Powers) Act, Bulletin of Acts and Decrees 2011, 600.
10.Parliamentary Papers II 2009-10, 32 177, no.3, p. 1-2.
11.Parliamentary Papers II 1991-91, 22 483, no.3, p. 20.
12.Parliamentary Papers II 1991-92, 22 483, no.3, p. 25.
13.Parliamentary Papers II 1991-92, 22 483, no.3, p. 5-6, 24.
14.Compare Supreme Court June 30, 1998, NJ 1999, 88, paragraph 6.3.5.
15.Parliamentary Papers II 1992-93, 22 483, no.6, p. 11.
16.Parliamentary Papers II 1991-92, 22 483, no.3, p. 19.
17.Parliamentary Papers II 1992-93, 22 483, no.6, p. 8.