ECLI:NL:RBDHA:2020:3684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering ten onrechte betaalde Anw-uitkering zonder dringende redenen
Eiseres, een weduwe met een Anw-uitkering die per 10 oktober 2018 werd beëindigd vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd, ontving naast haar uitkering ook inkomen uit arbeid en een flexpensioen. Verweerder herzag de uitkering over de periode juni 2015 tot en met september 2018 nadat bleek dat het flexpensioen niet was meegenomen bij de berekening, wat leidde tot een te hoge uitbetaling.
Verweerder vorderde het te veel betaalde bedrag van € 8.379,04 terug en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. Eiseres voerde aan dat dringende redenen en het vertrouwensbeginsel een terugvordering in de weg stonden, omdat zij te goeder trouw was en eerder telefonisch was gerustgesteld over de juistheid van haar uitkering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het recht op Anw had herzien en het bedrag terugvorderde, aangezien eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat dringende redenen aanwezig waren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen schriftelijke toezegging was gedaan en de telefonische mededeling uit 2015 niet kon worden onderbouwd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D.A.J. Overdijk op 21 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de te hoge Anw-uitkering.