ECLI:NL:RBDHA:2020:3678
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Ugandees verzoeker
Verzoeker, een Ugandees staatsburger geboren in 1996, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is bij besluit van 17 februari 2020 afgewezen als kennelijk ongegrond door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens de zitting op 10 maart 2020, samen met een gerelateerde zaak (NL20.4799).
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak en daarmee het beroep behandeld. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.