ECLI:NL:RBDHA:2020:3623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering Ziektewetuitkering en schending hoorplicht
Eiseres ontving een voorschot op haar Ziektewetuitkering (ZW) gebaseerd op 100% van haar maandloon, terwijl zij uiteindelijk recht had op een uitkering van 70% van het maandloon. Verweerder vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij recht had op 100% uitkering vanaf juni 2018 vanwege arbeidsongeschiktheid door zwangerschap en bevalling.
De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht een ZW-uitkering op 70% ontving, omdat haar arbeidsongeschiktheid niet het gevolg was van zwangerschap of bevalling. De terugvordering was volgens de wettelijke bepalingen correct. Wel constateerde de rechtbank dat de hoorplicht niet volledig was nageleefd, omdat de terugvordering niet tijdens de hoorzitting aan de orde was gekomen. Dit vormverzuim werd echter niet als benadeling van eiseres beschouwd, aangezien zij haar standpunt alsnog kon toelichten.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten vanwege de schending van de hoorplicht en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed. Het beroep werd inhoudelijk ongegrond verklaard en de terugvordering bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de ZW-uitkering blijft in stand.