ECLI:NL:RBDHA:2020:3622
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op volledige Ziektewet-uitkering wegens geen arbeidsongeschiktheid door zwangerschap na Wazo
Eiseres ontving een zwangerschaps- en bevallingsuitkering (Wazo) tot 10 juni 2018 en meldde zich op 3 september 2018 ziek met klachten die zij toeschrijft aan haar zwangerschap en bevalling. Verweerder kende haar een Ziektewet-uitkering toe van 70% van het loon, omdat de arbeidsongeschiktheid volgens medisch onderzoek niet direct voortvloeit uit de zwangerschap of bevalling.
De primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerden na uitgebreid medisch onderzoek en dossierstudie dat er geen causaal verband bestaat tussen de arbeidsongeschiktheid vanaf 3 september 2018 en de zwangerschap of bevalling, mede omdat de ziekmelding niet aansluitend was aan het einde van de Wazo-uitkering.
Eiseres voerde aan dat haar arbeidsongeschiktheid wel degelijk verband houdt met de zwangerschap en bevalling, onder meer vanwege een moeizame bevalling en medische verklaringen, maar de rechtbank achtte de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. Het gewijzigde beleid van verweerder per januari 2020 is niet van toepassing omdat de arbeidsongeschiktheid pas in september 2018 ontstond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiseres geen recht heeft op een Ziektewet-uitkering van 100% van het loon vanaf 3 september 2018. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard; geen recht op ZW-uitkering van 100% loon vanaf 3 september 2018.