ECLI:NL:RBDHA:2020:3608
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim
Verzoekster, werkzaam als medewerker bij P-direkt, werd op 5 december 2019 met onmiddellijke ingang onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof onder meer het onrechtmatig declareren van studiekosten, het zonder toestemming eerste klas reizen na afloop van een medische indicatie, onrechtmatig gebruik van een mobiliteitskaart buiten het woon-werktraject en het niet tijdig aanpassen van haar woonadres in het personeelsportaal.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het ontslag en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de telefonische zitting op 14 april 2020 werden de standpunten van beide partijen besproken. Verzoekster voerde onder meer aan dat zij medisch geïndiceerd was voor eerste klas reizen en dat zij haar gebruik van de mobiliteitskaart met leidinggevenden had besproken. Ook stelde zij dat het ontslag disproportioneel was gezien haar lange dienstverband en dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen voor verbetering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende aanwijzingen waren voor ernstig plichtsverzuim en twijfel over de integriteit van verzoekster. Daarnaast werd verwacht dat het ontslag ook op subsidiaire gronden stand kan houden. Gezien de ernst van de gedragingen en het belang van P-direkt bij betrouwbare ambtenaren, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het onvoorwaardelijk ontslag wordt afgewezen.