ECLI:NL:RBDHA:2020:3582

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2020
Publicatiedatum
20 april 2020
Zaaknummer
NL20.7802
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 VwArt. 8:57 AwbArt. 84 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanwijzing op grond van artikel 55 Vreemdelingenwet

Eiser, met de Colombiaanse nationaliteit, had beroep ingesteld tegen een aanwijzing op grond van artikel 55 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij zich beschikbaar moest houden op een opvanglocatie. Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken en de proceskosten toegezegd, waarna eiser het beroep handhaafde. De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat het doel van het beroep is bereikt met de intrekking van het besluit.

Daarnaast is het verzoek van eiser tot overplaatsing naar een andere opvanglocatie niet aan de orde in deze procedure, omdat dit betrekking heeft op opvang en niet op de aanwijzing zelf. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten vanwege de coronamaatregelen en de zaak is schriftelijk behandeld.

Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus in aanwezigheid van griffier R. Pronk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.7802

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. R.M. Boesjes),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser een aanwijzing op grond van artikel 55 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) uitgereikt en bepaald dat eiser zich gedurende zijn behandeling van zijn asielaanvraag beschikbaar dient te houden op het terrein van de Willem Bodewijk van Nassaukazerne in Zoutkamp.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft partijen op 31 maart 2020 in verband met de ontwikkelingen rondom het coronavirus gevraagd om de beroepsgronden en het verweer zoveel mogelijk schriftelijk in te dienen. Daarnaast heeft de rechtbank partijen gevraagd te laten weten of zij de zaak schriftelijk of via een telefonische verbinding willen laten behandelen.
Bij brief van 3 april 2020 heeft verweerder bericht dat het bestreden besluit op 3 april 2020 is ingetrokken en dat hij de proceskosten (1 punt) vergoedt.
Op 6 april 2020 heeft de gemachtigde van eiser bericht het beroep te handhaven.
Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek op 10 april 2020 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Colombiaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen procesbelang meer bij deze procedure omdat verweerder het bestreden besluit heeft ingetrokken en eiser zodoende heeft bereikt wat hij wilde met zijn beroep. Voor zover eisers belang is gelegen in de overplaatsing naar een andere opvanglocatie (AZC), zoals hij in het bericht van 6 april 2020 heeft gesteld, overweegt de rechtbank dat dit niet in de onderhavige procedure ter beoordeling kan liggen omdat dit ziet op de opvang.
3. Nu verweerder eiser reeds te kennen heeft gegeven de proceskosten te zullen voldoen, is ook daarin geen procesbelang gelegen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Pronk, griffier.
Deze uitspraak is gedaan op:
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus wordt deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw staat tegen deze uitspraak voor partijen geen hoger beroep open.