ECLI:NL:RBDHA:2020:3505

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 april 2020
Publicatiedatum
16 april 2020
Zaaknummer
AWB 20/931
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoekster, een minderjarige met Afghaanse nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij en haar moeder in afwachting van de bezwaarprocedure in Nederland kunnen verblijven.

De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed, een vereiste voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster stelde dat zij een spoedeisend belang had vanwege een knobbel in haar hoofd waarvoor een operatie nodig is, die zij volgens haar niet in Turkije kan ondergaan vanwege haar illegale verblijf en hoge kosten. Ter onderbouwing werd een medische verklaring overgelegd. Daarnaast werd gesteld dat de vader psychische problemen ondervindt door de situatie.

De voorzieningenrechter oordeelde dat uit de medische verklaring niet blijkt dat de operatie niet in Turkije kan plaatsvinden en dat de stelling dat artsen verzoekster niet willen opereren onvoldoende is onderbouwd. Ook de psychische klachten van de vader rechtvaardigen geen onverwijlde spoed. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor mvv afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 20/931
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
gemachtigde: mr. M.J. Paffen,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 19 november 2019 (het primaire besluit). Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of verzoekster een spoedeisend belang heeft bij deze procedure. De voorzieningenrechter treft namelijk op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist. Van onverwijlde spoed is sprake als de uitkomst van de bodemprocedure – in dit geval dus de bezwaarprocedure – niet kan worden afgewacht.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
Verzoekster is geboren op 24 mei 2019 en heeft de Afghaanse nationaliteit. Zij verblijft met haar moeder in Turkije. Op 20 oktober 2019 heeft [naam 2], de (gestelde) vader van verzoekster (referent), namens haar een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij referent’. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter gevraagd een voorziening te treffen waarin wordt bepaald dat verweerder aan verzoekster en haar moeder een mvv of een visum moet verstrekken zodat zij de uitkomst van de bezwaarprocedure in Nederland kan afwachten. Het spoedeisend belang is volgens verzoekster gelegen in het feit dat zij een knobbel in haar hoofd heeft waaraan zij zo spoedig mogelijk geopereerd moet worden. Zij verblijft op dit moment samen met haar moeder illegaal in Turkije. De benodigde operatie is zeer kostbaar en artsen willen verzoekster niet opereren vanwege haar status als illegale vreemdeling. Ter onderbouwing heeft zij een verklaring van een arts in Turkije overgelegd (met vertaling), gedateerd op 23 januari 2020. Verder is aangevoerd dat referent psychische problemen ondervindt vanwege de slechte gezondheidssituatie van zijn dochter en dat ook daarin een spoedeisend belang is gelegen. Ter onderbouwing is een brief van zijn huisarts overgelegd, gedateerd op 18 december 2019.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van ‘onverwijlde spoed’. Uit de verklaring van de Turkse arts blijkt weliswaar dat verzoekster een operatie nodig heeft, maar niet dat zij deze operatie niet in Turkije zou kunnen ondergaan. De stelling dat de operatie in Turkije te kostbaar is of dat de artsen aldaar verzoekster niet willen opereren, is in het geheel niet onderbouwd. Niet is gebleken dat verzoekster de operatie alleen in Nederland zou kunnen ondergaan. Uit de brief van de huisarts van referent blijkt dat hij veel zorgen heeft over de gezondheid van zijn dochter en dat hij daardoor stress en depressieve gevoelens ervaart. Hoewel het begrijpelijk is dat referent veel zorgen heeft, is dit onvoldoende om te kunnen spreken van ‘onverwijlde spoed’.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij deze procedure. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond, zodat de voorzieningenrechter, gelet op artikel 8:83, derde lid, van de Awb, uitspraak kan doen zonder zitting.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2020.
De voorzieningenrechter is niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.