ECLI:NL:RBDHA:2020:3505
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, een minderjarige met Afghaanse nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij en haar moeder in afwachting van de bezwaarprocedure in Nederland kunnen verblijven.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed, een vereiste voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster stelde dat zij een spoedeisend belang had vanwege een knobbel in haar hoofd waarvoor een operatie nodig is, die zij volgens haar niet in Turkije kan ondergaan vanwege haar illegale verblijf en hoge kosten. Ter onderbouwing werd een medische verklaring overgelegd. Daarnaast werd gesteld dat de vader psychische problemen ondervindt door de situatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uit de medische verklaring niet blijkt dat de operatie niet in Turkije kan plaatsvinden en dat de stelling dat artsen verzoekster niet willen opereren onvoldoende is onderbouwd. Ook de psychische klachten van de vader rechtvaardigen geen onverwijlde spoed. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor mvv afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.