ECLI:NL:RBDHA:2020:3410
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening schorsing militair wegens onvoldoende spoedeisend belang
Verzoeker, een militair werkzaam bij Defensie sinds 2005, is op 23 maart 2020 geschorst en voorgedragen voor ontslag op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement en de Gedragscode Defensie. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er onvoldoende spoedeisend belang is om een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor wordt niet toegekomen aan de inhoudelijke toetsing van de rechtmatigheid van het schorsingsbesluit. Wel wordt opgemerkt dat de gedragingen van verzoeker, waaronder het achterhouden van informatie en het onrechtmatig houden van reisdeclaraties, naar voorlopig oordeel ernstig wangedrag vormen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar tegen het schorsingsbesluit geen redelijke kans van slagen maakt. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De financiële situatie van verzoeker toont geen noodsituatie aan, mede vanwege de korte duur van de schorsing en mogelijke besparingen op reis- en tankkosten.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan niet in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de militair wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.