Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam] en [naam] ,
[naam],
[naam]en
[naam]
Rechtbank Den Haag
Eisers, Albanese staatsburgers, dienden op 19 februari 2020 asielaanvragen in die door verweerder op 3 maart 2020 als kennelijk ongegrond werden afgewezen. Verweerder stelde dat Albanië een veilig land van herkomst is en dat geen medische gronden voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw) waren aangetoond.
Eisers voerden aan dat zij geen recente medische stukken konden overleggen vanwege beperkte toegang tot medische zorg door de uitbraak van het Coronavirus en dat het opleggen van een vertrekplicht niet redelijk is gezien de pandemie. De rechtbank constateerde echter dat eisers geen medische informatie hadden aangeleverd die een belemmering voor uitzetting zou vormen.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van medische stukken ertoe leidt dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 64 Vw Pro. Tevens werd erkend dat in de huidige omstandigheden geen uitzetting plaatsvindt en dat eisers vrij zijn om bij het verkrijgen van medische stukken alsnog een verzoek om uitstel in te dienen.
De rechtbank concludeerde dat het onthouden van een vertrektermijn conform het beleid op grond van artikel 62 Vw Pro is en dat de onmiddellijke vertrekplicht naar Albanië gehandhaafd blijft. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van uitstel van vertrek op medische gronden worden ongegrond verklaard en de onmiddellijke vertrekplicht naar Albanië blijft gehandhaafd.