ECLI:NL:RBDHA:2020:3382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland om haar kleinzoon te ontmoeten. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende sociale en economische binding met Iran, waardoor twijfel bestond over haar voornemen tijdig terug te keren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het juiste toetsingskader hanteerde en dat de sociale en economische bindingen van eiseres onvoldoende zijn aangetoond. Hoewel eiseres stelde dat zij niet een first time traveller is en dat haar ex-echtgenoot hulpbehoevend is, is onvoldoende bewijs geleverd dat zij daadwerkelijk zorg draagt of dat anderen die zorg niet kunnen overnemen.
Eiseres voerde aan dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank stelt dat een visum kort verblijf niet bedoeld is voor het uitoefenen van gezinsleven in Nederland en dat verweerder terecht geen bijzondere omstandigheden aannam.
Verder is geoordeeld dat het bezwaar terecht kennelijk ongegrond is verklaard en dat verweerder van een hoorplicht kon afzien. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met Iran.