ECLI:NL:RBDHA:2020:3366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering bij afwijzing opschorting uitzetting LHBT'er met hiv
Eiser, een LHBT'er uit Oekraïne met hiv, heeft meerdere keren een aanvraag gedaan voor opschorting van zijn uitzetting op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. Na eerdere uitspraken waarin de rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met een brief van UNHCR en eisers persoonlijke situatie, heeft verweerder het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat verweerder weliswaar een hoorzitting heeft gehouden en een aanvullend medisch advies heeft ingewonnen, maar onvoldoende is ingegaan op de specifieke omstandigheden van eiser en de brief van UNHCR. Verweerder blijft steken in algemene overwegingen en onderbouwt niet waarom de discriminatie en ontoegankelijkheid van medische zorg voor eiser niet aannemelijk zijn gemaakt.
De rechtbank wijst erop dat eiser weliswaar medische hulp heeft ontvangen, maar pas nadat zijn situatie ernstig verslechterde, wat geen adequate zorg betekent. Gezien dit motiveringsgebrek geeft de rechtbank verweerder de mogelijkheid om het besluit binnen zes weken te herstellen. Verweerder moet binnen twee weken aangeven of hij van deze gelegenheid gebruik maakt. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en neemt nog geen beslissing over proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank geeft verweerder de gelegenheid het motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.