Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. M. Schaap-Huijsmans, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Jordaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De maatregel was inmiddels opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. Het geschil betrof de periode daarna. Eiser voerde aan dat de voortzetting onrechtmatig was vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting, mede door de sluiting van het luchtruim door Jordanië en de coronamaatregelen.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel op 24 maart 2020 was opgeheven na een belangenafweging en dat er steeds zicht op uitzetting was geweest, mede door toezeggingen van de Jordaanse autoriteiten. De tijdelijke belemmeringen door het coronavirus maakten niet dat het zicht op uitzetting ontbrak. Daarom was het beroep ongegrond en werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Kos op 10 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.