ECLI:NL:RBDHA:2020:3358
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag W2-document wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiseres, van Armeense nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een Vreemdelingen Identiteitsbewijs type W2. Verweerder wees deze aanvraag af omdat het rechtmatig verblijf van eiseres op 12 oktober 2018 was geëindigd na een eerdere afwijzing van een verzoek om uitstel van vertrek. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het primaire besluit een zorgvuldigheidsgebrek vertoonde, dit niet leidde tot een onjuiste beslissing in het bestreden besluit, omdat eiseres op dat moment geen rechtmatig verblijf had. De rechtbank verwierp het beroep van eiseres dat verweerder de legitimatieplicht onvoldoende had besproken en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank bevestigde dat een W2-document alleen kan worden toegekend aan vreemdelingen met rechtmatig verblijf, wat eiseres niet had. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.050,- wegens het zorgvuldigheidsgebrek in het primaire besluit.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een W2-document wordt ongegrond verklaard.