Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, die lijdt aan schizofrenie, vroeg om verhoging van zijn Wajong-uitkering wegens vermeende hulpbehoevendheid. Verweerder wees deze aanvraag af op basis van medische rapportages van verzekeringsartsen die concludeerden dat eiser niet voldoet aan de criteria van geregelde oppassing en verzorging.
De rechtbank analyseerde de wettelijke criteria uit de Wet Wajong en de Beleidsregel verhoging uitkering wegens hulpbehoevendheid. Deze vereisen dat er sprake is van hulp bij essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en geregelde oppassing. Uit de rapportages bleek dat eiser zelfstandig functioneert en slechts aansporing nodig heeft, wat niet voldoet aan de voorwaarden voor verhoging.
Eiser stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hem geen hoorzitting was aangeboden, wat in strijd zou zijn met de Awb. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat het ontbreken van een hoorzitting niet tot benadeling heeft geleid omdat eiser zijn standpunten in beroep voldoende heeft kunnen toelichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter Kettenis-de Bruin op 9 april 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot verhoging van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.