ECLI:NL:RBDHA:2020:3222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering voorrangsverklaring wegens niet voldoen aan medische en bereikbaarheidseisen
Eiseres, woonachtig met drie minderjarige kinderen in een maisonnette bereikbaar via portiektrappen, verzocht om een voorrangsverklaring wegens medische problematiek en de aanwezigheid van een pleegkind. De GGD beoordeelde haar medische situatie en concludeerde dat zij weliswaar klachten heeft, maar niet zodanig beperkt is dat traplopen zeer moeizaam is en dat er geen sprake is van een levensontwrichtende of levensbedreigende woonsituatie.
Het college wees de aanvraag af omdat eiseres een passende woning had geweigerd en niet voldeed aan de bovenliggende voorwaarde van de Huisvestingsverordening. Tevens werd het pleegkind buiten beschouwing gelaten vanwege het ontbreken van een gezagsdocument. De rechtbank oordeelde dat het GGD-advies objectief en onpartijdig was en dat eiseres onvoldoende medische informatie had ingebracht om dit te betwisten.
De woning die eiseres had geweigerd voldeed aan de bereikbaarheidseis en woonoppervlaktecriteria conform de verordening en het Bouwbesluit. De rechtbank vond dat verweerder terecht de voorrangsverklaring mocht weigeren omdat niet voldaan was aan de voorwaarden en er geen sprake was van een levensontwrichtende situatie. Ook toepassing van de hardheidsclausule was niet aangewezen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.L.E. Bakels op 24 maart 2020 en is later gepubliceerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.