ECLI:NL:RBDHA:2020:3215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking erkenning als referent wegens zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek
Eiseres was sinds 2 mei 2014 erkend als referent voor de categorie arbeid. Verweerder trok deze erkenning op 28 juni 2019 in, gebaseerd op een advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat de continuïteit van de onderneming niet aannemelijk was gemaakt. Eiseres stelde dat verweerder onterecht de bewijslast bij haar legde en dat het advies van RVO onvoldoende inzichtelijk was.
De rechtbank constateerde dat verweerder de bezwaargrond over de bewijslastverdeling niet had gemotiveerd, wat een motiveringsgebrek opleverde. Daarnaast was verweerder tekortgeschoten in zijn vergewisplicht omdat niet duidelijk was op welke objectieve maatstaven het RVO-advies was gebaseerd. Hierdoor mocht het advies niet zonder meer aan het besluit ten grondslag worden gelegd.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiseres ten onrechte niet in bezwaar was gehoord, wat in strijd is met de hoor- en wederhoor. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen na hernieuwde beoordeling en het horen van eiseres. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de erkenning als referent wordt vernietigd wegens zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek.