ECLI:NL:RBDHA:2020:3121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vergoeding incontinentiemateriaal militair invaliditeitspensioen
Eiser, een gewezen dienstplichtige militair met een militair invaliditeitspensioen vanwege een dienstongeval in 1979, verzocht om vergoeding van incontinentiebroekjes. Verweerder wees dit verzoek af omdat de incontinentie niet werd erkend als dienstverbandgerelateerd, gebaseerd op een verzekeringsartsadvies.
Eiser voerde aan dat de incontinentie direct verband houdt met het dienstongeval en betwistte de medische beoordeling. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing was, omdat het eerdere informatieve schrijven geen besluit was.
De rechtbank vernietigde het besluit en beval een nieuwe inhoudelijke beoordeling door verweerder. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De zaak is verweven met een andere procedure waarin nader onderzoek wordt verricht naar het dienstverband van de incontinentieklachten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen.