ECLI:NL:RBDHA:2020:3119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing hoger militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende aanvullend medisch onderzoek
Eiser, militair sinds 1979, diende een verzoek in voor een hoger invaliditeitspensioen wegens verergerde klachten aan het rechter onderbeen en bijkomende aandoeningen, waaronder incontinentie. Verweerder wees het verzoek af op basis van een verzekeringsgeneeskundig rapport dat de mate van invaliditeit op 40% handhaafde en geen dienstverband aannam voor nieuwe klachten.
Eiser voerde bezwaar en beroep aan, stellende dat de medische beoordeling onvolledig was, met name omdat de incontinentieklachten niet adequaat waren onderzocht of gemotiveerd in het besluit. De rechtbank oordeelde dat verweerder uit zorgvuldigheid en het beginsel van equality of arms aanvullend onderzoek had moeten verrichten, mede omdat eiser niet door een rechtshulpverlener werd bijgestaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van aanvullend onderzoek.