ECLI:NL:RBDHA:2020:3071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen maatregel bewaring wegens tijdelijke uitzettingsbelemmeringen door coronavirus
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, is op 21 februari 2020 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep getoetst, waarbij zij zich beperkte tot de periode na 2 maart 2020, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiser stelde dat vanwege de coronapandemie geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat de Egyptische autoriteiten geen laissez-passer aanvragen behandelen en het luchtruim gesloten is. Verweerder betoogde dat de uitzettingsbelemmeringen tijdelijk zijn en dat eiser eerst zijn nationaliteit moet laten vaststellen en een vervangend reisdocument moet verkrijgen voordat uitzetting mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt en dat eiser zelf medewerking moet verlenen om de uitzetting te bespoedigen. De vergelijking met de Spaanse griep werd niet relevant geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.