Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
december 2017: € 136,94
januari 2018: € 231,26
februari 2018: € 125,58
maart 2018: € 685,97
april 2018: € 212,50
mei 2018:
€ 603,32totaal € 2.085,57
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen het besluit van 3 juli 2019 gegrond;
- bepaalt dat het bedrag van de terugvordering wordt aangepast tot € 1.950,43 netto;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht, te weten € 47,-, vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 1.050,-.