Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 maart 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beoordeling van het verzoek
1 (http://pi.rechtspraak.minjus.nl/).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een ongedocumenteerde van Indiase nationaliteit, verzocht om onvoorwaardelijke opvang in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) vanwege de coronasituatie. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had dit verzoek afgewezen op grond van het Convenant Pilot LVV en het bijbehorende mandaatbesluit, waarin opvang wordt beperkt tot ongedocumenteerden die voldoen aan bepaalde voorwaarden.
De voorzieningenrechter kwalificeerde het verzoek als een regulier verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening en oordeelde dat het verzoeker niet was toegestaan zich op meer voorzieningen te beroepen dan het Convenant en het buitenwettelijke begunstigend beleid toelaten. Indien verzoeker aanspraak wil maken op opvang in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL), moet hij zich wenden tot de staatssecretaris en voldoen aan de voorwaarde van actieve medewerking aan vertrek uit Nederland.
Verzoekers argument dat de VBL niet geschikt is vanwege medische problemen werd onvoldoende onderbouwd en niet aan de staatssecretaris voorgelegd. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om onvoorwaardelijke opvang in de LVV daarom terecht was afgewezen en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor onvoorwaardelijke opvang in de LVV wordt afgewezen.