ECLI:NL:RBDHA:2020:2985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardige bekering
Eiseres, met Iraanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument van intensivering en verdieping van haar christelijk geloof. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk en legde een inreisverbod op, stellende dat er geen nieuwe relevante elementen waren ten opzichte van de eerdere procedure waarin haar bekering als ongeloofwaardig was beoordeeld.
De rechtbank schorste de zitting om een bekeringscoördinator te raadplegen conform de Werkinstructie 2019/18. Deze bevestigde dat er geen wezenlijke verandering of nieuw bewijs was dat een oprechte bekering aannemelijk maakte. Eiseres voerde aan dat de beoordeling onzorgvuldig was, maar de rechtbank oordeelde dat de procedure zorgvuldig was verlopen en dat de nieuwe verklaringen en activiteiten onvoldoende waren om de eerdere ongeloofwaardigheid te weerleggen.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast bij een opvolgende aanvraag hoger ligt en dat eiseres niet overtuigend heeft aangetoond waarom haar bekering nu wel geloofwaardig zou zijn. De verklaringen van derden en sociale media-activiteiten werden onvoldoende geacht als nieuw bewijs. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.