ECLI:NL:RBDHA:2020:2958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring tijdens coronavirusuitbraak
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is sinds 11 december 2019 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste eerst of sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 25 februari 2020 de maatregel nog rechtmatig was. Eiser voerde aan dat door de coronavirusuitbraak geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat vluchten zijn opgeschort en een presentatie bij de Algerijnse autoriteiten was afgezegd.
De rechtbank oordeelde echter dat de uitzettingsbelemmeringen tijdelijk van aard zijn en dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt. Tevens wees de rechtbank het beroep af dat de detentieomstandigheden in strijd zouden zijn met artikel 3 EVRM Pro, omdat eiser onvoldoende onderbouwde dat hij een groter gezondheidsrisico loopt dan in vrijheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.