Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het verstekvonnis van 7 mei 2019;
- de verzetdagvaarding van 29 juli 2019;
- de akte inbrenging producties en wijziging grondslag in oppositie van Ziggo;
- de door partijen overgelegde producties.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen Ziggo B.V. en een onder bewind gestelde persoon, waarbij Ziggo betaling vorderde van abonnementsgelden en afsluitkosten. De oorspronkelijke vordering werd toegewezen bij verstek, maar de bewindvoerder stelde verzet in en voerde aan dat de overeenkomst vernietigbaar is omdat de rechthebbende ten tijde van het sluiten onder curatele stond en dus handelingsonbekwaam was.
De kantonrechter oordeelde dat het verzet tijdig en ontvankelijk was ingesteld. Hoewel Ziggo de verkeerde partij had gedagvaard, was de bewindvoerder inmiddels formeel partij geworden, zodat Ziggo niet niet-ontvankelijk werd verklaard. De kern van het geschil betrof de vernietigbaarheid van de overeenkomst wegens ondercuratelestelling die niet was gepubliceerd in het centraal curatele- en bewindregister.
De rechtbank stelde vast dat curatele met terugwerkende kracht de handelingsonbekwaamheid veroorzaakt en dat de overeenkomst vernietigbaar is. Het verweer van Ziggo dat vernietiging onaanvaardbaar zou zijn wegens onbekendheid met de curatele werd verworpen, omdat het niet publiceren van de curatele niet ten koste mag gaan van de beschermde persoon. De vordering van Ziggo werd afgewezen, zonder terugvordering van reeds betaalde abonnementsgelden.
Ziggo werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis vernietigde het verstekvonnis en wees de vordering af.
Uitkomst: De vordering van Ziggo wordt afgewezen wegens vernietiging van de overeenkomst op grond van handelingsonbekwaamheid onder curatele.