ECLI:NL:RBDHA:2020:2859

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2020
Publicatiedatum
31 maart 2020
Zaaknummer
C/09/589351 / FA RK 20-1218
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wet zorg en dwangArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt met matige verstandelijke handicap en agressief gedrag

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met een matige verstandelijke handicap, epileptische aanvallen en agressief gedrag. De cliënt verblijft momenteel in een beveiligde accommodatie en verzet zich tegen de opname.

Tijdens de zitting, die telefonisch plaatsvond vanwege coronamaatregelen, gaf de cliënt aan niet langer te willen blijven en naar het huis van zijn moeder te willen terugkeren. De gedragsdeskundige en de advocaat stelden echter dat de cliënt vanwege zijn gedragsproblemen en medische toestand nog begeleiding nodig heeft en dat een passende woonplek nog niet op korte termijn beschikbaar is.

De rechtbank concludeerde dat het gedrag van de cliënt leidt tot ernstig nadeel, waaronder materiële schade en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. Daarom werd de rechterlijke machtiging verleend voor de duur van twee jaar, tot uiterlijk 13 maart 2022.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twee jaar om ernstig nadeel te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/589351 / FA RK 20-1218
Datum beschikking: 19 maart 2020

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikkingnaar aanleiding van het op 27 februari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de man] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie: [verblijfplaats]
advocaat: mr. I. Saey te Rotterdam.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 februari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
06 juni 2018;
- een op 07 februari 2020 ondertekende verklaring van een ter zake kundige [arts]
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 07 februari 2020;
- een op 07 februari 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige
[arts] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft
onderzocht en bij diens behandeling betrokken is;
- een verklaring van de zorgaanbieder [verblijfplaats] van de accommodatie waarin
cliënt is opgenomen gedateerd 07 februari 2020;
- een behandelplan van 25 september 2019.
De rechtbank heeft uit het verzoek opgemaakt dat cliënt met een rechterlijke machtiging is opgenomen, welke afloopt op 13 maart 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 maart 2020.
Vanwege de sluiting van de rechtbank in verband met de maatregelen rond het coronavirus zijn de volgende personen telefonisch door de rechtbank gehoord:
- de advocaat, mr. I. Saey;
- de [gedragsdeskundige]
- de [avg-psychiater] .
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene in eerste instantie niet in staat was zich te doen horen in bijzijn van de gedragsdeskundige. Client heeft vandaag een hele slechte dag en verblijft in een beveiligde ruimte. Tijdens de zitting heeft de rechter alsnog telefonisch contact gehad met cliënt door tussenkomst van [verpleegkundige]

Standpunten ter zitting

Client heeft zich bereid getoond te praten met de rechtbank en gezegd: Ik wil niet langer blijven, want het gaat gewoon goed. Ik wil graag naar het huis van mijn moeder want ik heb haar huis betaald. Zij moet maar ergens anders wonen. Ik heb geen contact gehad met de advocaat. Ik zal nadenken, maar als ik niets meer sloop mag ik naar huis.
De gedragsdeskundge heeft naar voren gebracht dat cliënt langer dient te blijven. Als er geen rechterlijke machtiging komt dan zal cliënt naar huis willen. Client is verbaal zeer agressief en dat gedrag wordt regelmatig vertoond. Client is matig verstandelijk gehandicapt en heeft regelmatig epileptische aanvallen. Hierdoor heeft cliënt dagelijks begeleiding nodig om te kunnen functioneren. Er wordt gezocht naar een passende woonplek, want hij komt daarvoor in aanmerking. De verwachting is dat dat niet op korte termijn zal zijn. Wenselijk is dat cliënt nog blijft.
De advocaat heeft het volgende standpunt ingenomen. De advocaat kent betrokkene al lang. De stoornis is wel duidelijk en daaruit vloeit het ernstig nadeel uit. Client wordt vaak snel boos omdat hij veel niet begrijpt. De advocaat hoopt dat er een gepaste plek komt op korte termijn. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een matig verstandelijke handicap. Dit gedrag gaat gepaard met epileptische aanvallen en agressief gedrag naar personen en goederen. Dat gedrag leidt tot een ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstige materiële schade;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van twee jaar.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van:

[de man] ,

geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 13 maart 2022.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.F. Mewe, rechter, bijgestaan door F.A.M. Vreeswijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 maart 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 maart 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.