Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Venezolaanse Dublinclaimant, werd op 20 februari 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de bewaring onrechtmatig was verlengd tot 18 maart 2020, terwijl de overdracht naar Spanje volgens hem al op 15 maart 2020 onmogelijk was geworden vanwege sluiting van de Spaanse grenzen.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke termijn van zes weken voor overdracht nog niet was verstreken op het moment van opheffing van de bewaring. De maatregelen tegen het coronavirus die op 15 maart 2020 werden aangekondigd, betroffen algemene maatregelen die niet direct de overdracht van Dublinclaimanten betroffen. Verweerder handelde binnen een redelijke termijn door op 18 maart 2020 de bewaring op te heffen.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring tot 18 maart 2020 rechtmatig was en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom de maatregel eerder had moeten worden opgeheven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen omdat de bewaring rechtmatig was tot de opheffing ervan.