ECLI:NL:RBDHA:2020:2763
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onveilige thuissituatie
De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 18 maart 2020 een beschikking gegeven tot machtiging van uithuisplaatsing van een minderjarige voor de duur van zes maanden. Dit naar aanleiding van een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege ernstige zorgen over de veiligheid en het welzijn van de minderjarige in haar thuissituatie.
De minderjarige verbleef feitelijk nog bij haar moeder, maar vertoonde problematisch gedrag zoals het niet naar school gaan, laat thuiskomen, agressie tegenover haar broertje en onduidelijkheid over de herkomst van dure aankopen. De moeder was belast met het ouderlijk gezag. De Raad had eerder bodemeisen gesteld om de veiligheid te waarborgen, maar deze bleken niet haalbaar.
Tijdens een telefonische zitting in verband met COVID-19 maatregelen werden de betrokken partijen gehoord, waaronder de moeder met tolk en de minderjarige afzonderlijk. De gecertificeerde instelling gaf aan dat een beoogd logeerhuis niet passend was vanwege het zorgelijke gedrag van de minderjarige en dat gezocht wordt naar een geschikte woonplek.
De kinderrechter concludeerde dat de gronden voor machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn, met name vanwege het ontbreken van algemene en seksuele veiligheid thuis en het belang van de ontwikkeling van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.
Uitkomst: De kinderrechter machtigt de uithuisplaatsing van de minderjarige voor zes maanden wegens onveilige thuissituatie.