ECLI:NL:RBDHA:2020:2730

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2020
Publicatiedatum
26 maart 2020
Zaaknummer
NL20.2097
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.106a Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens eerdere bescherming in Italië

Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende op 4 november 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van eerdere internationale bescherming die eiser in Italië heeft verkregen op 25 juli 2019. Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld en dat hij niet kon bewijzen wat zijn werkelijke geboortedatum is, maar de rechtbank volgde deze stellingen niet.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht afging op de informatie van de Italiaanse autoriteiten, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser werd geacht zijn identiteit te bewijzen en het was niet aannemelijk dat hij onmogelijk aan documenten kon komen. Hoewel eiser problemen met een persoon in Italië aanvoerde, was dit onvoldoende concreet om terugkeer onredelijk te maken.

Verder bleek uit de stukken niet dat de situatie in Italië voor vreemdelingen met een asielvergunning zodanig slecht is dat sprake is van extreme armoede of rechteloosheid. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.2097
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

ProcesverloopBij besluit van 24 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.2098, plaatsgevonden op 20 februari 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen B.J. Kane. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat de aanvullingen en correcties niet in het voornemen zijn besproken. De rechtbank volgt die stelling niet, omdat de aanvullingen en correcties wel in het bestreden besluit zijn besproken en niet blijkt dat hierop onvoldoende acht is geslagen.
2. Eiser heeft op 4 november 2019 een asielaanvraag ingediend en op die dag heeft verweerder Eurodac geraadpleegd. Hieruit blijkt dat eiser op 6 mei 2017 in Italië een asielaanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft vervolgens informatie opgevraagd bij de Italiaanse autoriteiten, omdat getwijfeld werd over de door eiser gestelde leeftijd. Uit het antwoord van Italië van 18 december 2019 blijkt dat eiser in Italië onder een andere naam en met twee ander geboortedata staat geregistreerd. Ook blijkt hieruit dat eiser op 25 juli 2019 in Italië internationale bescherming heeft gekregen. Nu dit recent verkregen informatie is, volgt de rechtbank niet de stelling van eiser dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn vergewislicht. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht verweerder afgaan op de door Italië verstrekte informatie. Het is dan ook aan eiser om met documenten aannemelijk te maken wat zijn werkelijke geboortedatum is. Hij heeft zijn land verlaten en het ligt op zijn weg om te bewijzen wie hij is. De rechtbank volgt niet het betoog van eiser dat hij onmogelijk aan documenten kan komen.
3. Nu eiser in Italië een asielvergunning heeft gekregen, heeft hij een zodanige band met Italië dat het voor hem redelijk is om daarheen te gaan [1] . Weliswaar wordt geloofd dat eiser in Italië problemen heeft gehad met [naam 2] maar verweerder gelooft niet dat hij bij terugkeer in Italië heeft te vrezen voor deze [naam 2] . De rechtbank volgt dat standpunt, omdat eiser weinig concreet heeft verteld over de gestelde bedreiging door [naam 2] . Bij voorkomende problemen (met [naam 2] ) wordt van eiser verwacht dat hij hiervoor de bescherming vraagt van de Italiaanse autoriteiten. Eiser heeft verklaard dat hij dit niet eerder heeft gedaan.
4. Ten aanzien van de positie van vreemdelingen met een asielvergunning in Italië overweegt de rechtbank dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat de situatie in Italië voor hen zo slecht is dat sprake is van extreme armoede of het ontbreken van eerste levensbehoeften en rechteloosheid.
5. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 20 februari 2020.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.op grond van artikel 3.106a, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000