ECLI:NL:RBDHA:2020:2720
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen geplande uitzetting Litouwse man
Verzoeker, een Litouwse man, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de geplande uitzetting op 27 maart 2020 vanaf luchthaven Schiphol zou voorkomen. Hij stelde dat de coronamaatregelen, met name het niet kunnen handhaven van de 1,5 meter afstand tijdens de vlucht, een onaanvaardbaar besmettingsrisico vormden. Tevens verwees hij naar internationaal recht en stelde dat er geen actuele bedreiging van de openbare orde was en dat hij aangifte wilde doen van de diefstal van zijn paspoort.
De voorzieningenrechter overwoog dat er lopende procedures zijn met betrekking tot zijn vreemdelingenbewaring en verblijfsstatus, maar dat in die procedures nog geen gronden waren ingediend. Uit informatie van de Koninklijke Marechaussee bleek dat alle luchtvaartmaatschappijen op Schiphol de WHO-richtlijnen naleven, waardoor er geen reden was te twijfelen aan de naleving van coronamaatregelen tijdens de vlucht. Ook was het verlies van het paspoort geen beletsel voor terugkeer.
Verder was op 17 januari 2020 een besluit genomen over zijn verblijfsstatus, waarin het beroep niet mocht worden afgewacht. Tegen dat besluit waren geen gronden ingediend. Gezien deze omstandigheden zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te kennen en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen de uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de geplande uitzetting is afgewezen, waardoor de uitzetting kan doorgaan.