ECLI:NL:RBDHA:2020:2651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging zonder opname in accommodatie wegens ontbreken onafhankelijk psychiatrisch advies
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1951. Betrokkene lijdt aan een schizoïde persoonlijkheidsstoornis met mogelijk een licht verstandelijke beperking en vertoont ernstig nadeel door zelfverwaarlozing en dreigende maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene telefonisch aanwezig, maar verscheen niet fysiek. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige gaf aan dat de hulpverlening frequent bij betrokkene thuis komt en dat opname in een accommodatie niet noodzakelijk is. De rechtbank stelde vast dat opname in een accommodatie een ingrijpende vrijheidsbeneming inhoudt die alleen kan worden opgelegd indien een onafhankelijke psychiater dit adviseert.
De rechtbank wees het verzoek tot opname in een accommodatie daarom af, maar verleende de zorgmachtiging voor andere vormen van verplichte zorg zoals medicatietoediening, medische controles en toezicht. De machtiging geldt voor zes maanden en is gericht op het stabiliseren en herstellen van de geestelijke gezondheid van betrokkene, waarbij minder bezwarende alternatieven ontbreken.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden zonder verplichte opname in een accommodatie wegens ontbreken van een onafhankelijk psychiatrisch advies.