Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder
[A], te [woonplaats] (vergunninghouder).
Procesverloop
[plaats] , kadastraal bekend als [kadastraal nummer] (het perceel).
18 november 2019 een deskundigenbericht uitgebracht. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren.
Overwegingen
[woonplaats] . Vergunninghouder is eigenaar en bewoner van de naastgelegen woning aan de [adres 1] te [woonplaats] . Het betreft twee onder een kap woningen.
.Naar aanleiding hiervan is tijdens de hoorzitting van 18 april 2018 besloten de inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift vier weken aan te houden zodat de constructeur van verweerder, [I] , eisers en [adviesburo] in gesprek konden gaan.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak en het rapport van de StAB;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.837,50.
mr. R.A.E. Bach, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 24 maart 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op rechtspraak.nl.