Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
geenvoorziening.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker ontvangt sinds januari 2017 een bijstandsuitkering en heeft meerdere malen een verlaging van zijn uitkering gekregen vanwege het niet naleven van verplichtingen. In november 2019 tekende hij een Plan van Aanpak voor een opleiding tot lasser met uitzicht op een arbeidscontract.
Verzoeker kwam niet tijdig naar de opleiding en nam onvoldoende contact op met een potentiële werkgever voor een leerwerkplek. Ondanks herhaalde verzoeken van de werkcoach om contact te leggen, lukte dit niet adequaat. Verweerder heeft daarom de uitkering per 1 januari 2020 met 100% verlaagd voor de duur van een maand.
Verzoeker voerde aan dat hij ziek was en contactpogingen deed, maar de rechtbank oordeelt dat hij onvoldoende heeft voldaan aan zijn verplichtingen. Het niet bellen met het juiste nummer en het ontbreken van bewijs van ziekte leiden tot de conclusie dat de verlaging terecht is opgelegd.
De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang aanwezig maar ziet geen reden om af te wijken van het besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit zal naar verwachting in bezwaar in stand blijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.