ECLI:NL:RBDHA:2020:2583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding
De eiser had beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 2 mei 2019 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd. Tevens verzocht hij om schadevergoeding. De rechtbank stelde vast dat de maatregel op 17 maart 2020 was opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de rechtmatigheid van de bewaring voorafgaand aan de opheffing en de vraag of schadevergoeding toekwam.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 17 februari 2020 waarin was vastgesteld dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. Het geschil richtte zich daarom op de periode daarna. De eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was, maar de rechtbank vond dat de aanvraag voor een laissez-passer in behandeling was en dat er wel degelijk een redelijk vooruitzicht bestond zolang de eiser actief meewerkte.
Omdat de eiser tijdens een vertrekgesprek aangaf niet meer te willen meewerken, concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond was. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.